Share Post

Het begon met een vacature, en ik bleef.

Vrijwilligers — May 23, 2026


Toen een collega vroeg of ik een blog wilde schrijven over mijn tijd bij de Rijnweek, moest ik even glimlachen. Hoe vertel je in een paar honderd woorden wat er in twintig jaar is gegroeid? Ik heb het toch maar geprobeerd.

Ergens midden jaren 2000 zag ik een vacature voorbijkomen, waarschijnlijk op Hyves. Vrijwilliger videografie gezocht, voor een festival genaamd de Rijnweek. Ik reageerde, sprak met Eric van der Sluis en Bert Bolderman, en vertelde enthousiast over beelden maken en sfeer vangen.

Van die videografie is nooit iets gekomen, maar ik bleef.

Er was geen moment waarop iemand zei: jij hoort hier. Het groeide gewoon. Eerst wat hulp bij de website, daarna fotografie, sponsorbeelden, PR-werk zonder titel. En ergens tussen al die schermen en vergaderingen door stond ik ineens in de Veerwei. Hekken slepen, vlaggen hijsen, parkeerterreinen uitzetten. Dáár begon de Rijnweek pas écht voor mij te leven.

De Rijnweek begint niet met muziek. Het begint met een lege veerwei. De eerste vrachtwagens, hekken die worden neergezet, paden die ontstaan waar eerst alleen gras was. Je ruikt de aarde, hoort de motoren, je ziet hoe mensen zonder veel woorden precies weten wat ze moeten doen. Dat is het moment waarop ik altijd denk: het gaat weer gebeuren.

Soms werkte de wei niet mee. Regen die maar bleef vallen, modder tot aan je enkels. En toch ging het door. Er was altijd iemand die ergens houtsnippers vandaan haalde, niet mooi, niet gepland, maar precies wat nodig was. Drassig, maar overeind.

Het draait niet om wie er op het podium staat, maar om de mensen die zorgen dat er überhaupt een podium stáát. Dat leerde ik van Bert Bolderman, Henk Knoppert, Dirk van den Broek, Wim van der Steen, Erwin Storm, Mari Lucius en Eric van der Sluis. Een generatie met een herkenbare mengeling van trots en nuchterheid. Van: dit is belangrijk, en: doe maar gewoon.

Veel van dat werk speelt zich af ver buiten de wei. De Rijnweek is gratis toegankelijk, en dat is geen vanzelfsprekendheid. Het begint aan keukentafels en in kantoren, met mensen die de boer op gaan en om steun vragen. Zonder sponsoren geen podia, geen artiesten, geen festival. Dat onzichtbare werk is minstens zo belangrijk als elk hek dat wordt neergezet.

Sommige van die mensen zijn er niet meer. Dat voel je in kleine dingen, gesprekken die er niet meer zijn, een blik die je nergens terugvindt. En in het besef dat wat zij hebben achtergelaten meer is dan een evenement. Het is een manier van doen.

Je ziet het aan mensen als Piet Moedt, Frans van Doorn, Gert Norder, Patrick Hendriksen en Bart van Breenen. Vrijwilligers die terugkomen, hun kinderen meenemen, en zien hoe die kinderen later zelf een t-shirt aantrekken. Het Rijnweek-virus, het is een goede naam.

Waarom ik het blijf doen? Geen vaste functie, geen duidelijke rol. Misschien juist daarom. Omdat het ergens over gaat. En misschien is dat wel mijn plek: ergens tussen de veerwei en de mensen. Zonder duidelijke rol, maar precies waar het klopt.rs

leave a comment!

Comments